Advanced Manufacturing wordt snel gelinkt aan robotisering, digitalisering en AI. Maar achter al die technologie blijft één cruciale constante overeind: vakmanschap. Enter VCL vzw, het Vervolmakingscentrum voor Lassers. Al 50 jaar bieden ze opleidingen aan voor tewerkgestelde lassers in functie van nieuwe opdrachten en technieken.
“Wat de buitenwereld vaak niet beseft”, zegt Managing Director Leen Dezillie, “is dat de perfecte lasser niet bestaat. Lassen is een enorm breed vakgebied, met verschillende technieken, materialen en moeilijkheidsgraden; en daarbovenop constant verstrengde nationale en internationale normen en regels. Voor elk niveau is er plaats op de arbeidsmarkt, en die arbeidsmarkt heeft die mensen ook écht nodig. Wij ondersteunen bij de opleiding en bijscholing om daaraan te voldoen.”
Vzw gedragen door de industrie
VCL werd opgericht in 1976. Toen al was de lasser een knelpuntberoep waarop ingezet moest worden om twee redenen: als bedrijven geen juist opgeleide lassers vinden, kunnen ze niet produceren. Anderzijds is het vakgebied zo breed, dat jongeren onmogelijk als volleerd lassers kunnen afstuderen en hun skills moeten blijven verbreden en verdiepen.
Met startkapitaal van zowel werkgevers (het toenmalige Fabrimetal, vandaag Agoria) als vakbonden (ACV-CSC en ABVV-FGTB) werd een onafhankelijke vzw opgericht. Vandaag, vijftig jaar later, is VCL nog steeds volledig zelfbedruipend, zonder structurele subsidies. “We krijgen geen overheidssteun”, benadrukt Leen. “Maar we worden enorm gedragen door de sectoren. Organisaties zoals MTECH+, Embuild, Volta, Alimento, Educam of Covalent ondersteunen bedrijven die bij ons opleidingen volgen via hun sectorfondsen. Zo investeren ze gericht in het versterken van technische competenties binnen hun achterban.”
Opleiding op maat, voor iedereen
De missie van VCL is dus duidelijk: de Belgische industrie ondersteunen op het vlak van lassen. “Concreet betekent dat praktijkgerichte opleidingen op maat van bedrijven, vaak kort en doelgericht, afgestemd op specifieke normen of nieuwe technieken”, legt Leen uit. “Vorig jaar kwalificeerden we zo’n 1.300 mensen binnen de metaalsector en meer dan 1.000 binnen PE-leidingen.”
Dat doen ze voor grote spelers zoals Spie, Anglo Belgian Corporation, Infrabel, Sabena Engineering en Equans, maar evengoed voor eenmanszaken. “Grote bedrijven hebben vaak interne lasingenieurs die perfect weten wat de normen vragen. De vragen van deze grotere bedrijven zijn duidelijk en precies , voor hen telt onze wendbaarheid en service. Bij kleinere bedrijven steken we meer energie in begeleiding en de bepaling van hun certificatienoden binnen bepaalde projecten en opdrachten. Ze hebben wel een lastenboek, maar weten soms niet wat dat concreet betekent voor hun lassers. Die vertaalslag maken wij, als deel van onze service.”
Het gat tussen onderwijs en werkveld
Een belangrijk aandachtspunt blijft de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. “Er zit veel talent in onze scholen. Maar jongeren studeren niet altijd af met de juiste (internationale) certificaten of technieken”, stelt Leen. “Zonder dat ‘ticket’ verliezen we hen aan andere sectoren. Zij kiezen dan sneller voor een job, waar ze meteen geld verdienen, dan voor een extra opleiding die ze meestal zelf nog moeten financieren.”
Net daarom werkt VCL samen met sectorfondsen aan projecten die jongeren wél gecertificeerd laten uitstromen. Initiatieven zoals ‘Brabant last, iedereen wint’ of ‘Buitengewoon Lassen’ (gericht op jongeren uit het buitengewoon onderwijs) tonen bovendien dat de vijver groter is dan gedacht.
“Het is niet zo dat enkel de allerbeste lassers werk vinden. Het lasveld is zo veelzijdig. Van aluminiumlassen in gespecialiseerde productie tot werflassen aan gasleidingen van Fluvius, het vraagt telkens andere competenties. Ook in cleanrooms bij Sabena of bij scheepsherstellingen in Antwerpen spreken we over totaal verschillende profielen. Maar ze zijn allemaal broodnodig.”
Duaal leren speelt hierin een cruciale rol. Jongeren die werkplekleren combineren met een opleiding, studeren vaker af met certificaat én werkervaring. “Dat vergroot hun kansen enorm en vaak vloeit daaruit een vaste aanstelling bij het bedrijf.”
Lassen in een wereld van robots en AI
Hoewel VCL zich voornamelijk richt op manueel lassen, staat het centrum niet los van technologische evoluties. Integendeel. “Robotlassen en automatisering nemen toe, maar dat betekent niet dat de manuele lasser verdwijnt”, nuanceert Leen. “Veel toepassingen zullen altijd vakmanschap vereisen. Bovendien moet ook een robot of AI-programma correct ingesteld worden. Als de voorbereiding niet perfect is, ontstaan er fouten. En dan heb je opnieuw expertise nodig.”
VCL ziet zelfs nieuwe opleidingsvragen ontstaan door die evolutie. Zo leiden ze lassers op om fouten in geautomatiseerde processen te detecteren en te herstellen. “AI en automatisering vragen nog altijd menselijke kennis. Je moet systemen kunnen begrijpen, interpreteren en bijsturen.”
Daarnaast groeit de vraag naar multiskilling. Bedrijven willen hun onderhoudstechniekers graag basislasvaardigheden aanleren zodat ze kleine, niet-keuringsplichtige herstellingen zelf kunnen uitvoeren. “Recent nog kregen we een crematorium over de vloer. Hun onderhoudsploeg wilde kleine herstellingen zelf uitvoeren. Hetzelfde verhaal bij de Muntschouwburg. Met een gerichte opleiding van een week kunnen zij veilig en met vertrouwen aan de slag.”
Samenwerken voor een prachtig beroep
Op Advanced Manufacturing staat VCL geclusterd met MTECH+ en ondersteunt het onder meer initiatieven zoals de Steel Warriors. “Voor ons is de beurs in de eerste plaats een ontmoetingsplek. Na vijftig jaar kennen veel bedrijven ons, maar zo’n beurs is het ideale moment om samen te zitten: doen we al alles wat mogelijk is? Kunnen we financieel slimmer samenwerken? Ontdekken we nieuwe evoluties waarop we moeten inspelen?”
VCL organiseert samen met het Belgisch Instituut voor Lastechniek (BIL) verschillende lezingen. Zelf zal Leen spreken over certificatieproeven: wat houden normen concreet in en wanneer zijn ze verplicht? Andere sessies behandelen onder meer halfautomaatlassen en corrosie.
“We willen vooral de boodschap brengen dat lassen een toekomst heeft. Dat het een technisch, uitdagend en veelzijdig beroep is. En dat levenslang leren essentieel is. Bedrijven moeten daarom nauwer samenwerken met scholen en opleidingscentra. Investeer in stages, in duaal leren, in certificering. Wacht niet tot iemand perfect inzetbaar is, maar bouw samen aan competenties. Zie hoeveel talent er is, ook bij zij-instromers of jongeren uit minder evidente richtingen. Het is een prachtig technisch beroep met enorme maatschappelijke waarde”, sluit Leen af.


